Eise Eisinga
Wonen in een planetarium
1744-1828
In 1774 begon Eise Jeltes Eisinga (1744-1828) in Franeker aan de bouw van een planetarium, nota bene in zijn eigen huiskamer. Eisinga was wat we tegenwoordig zouden noemen een amateur-astronoom. Van beroep was hij wolfabrikant. Vreemd is de reden waarom hij dit planetarium maakte. Hij wilde namelijk bewijzen dat de wereld niet zou vergaan. Dat vraagt om uitleg. In 1774 gaf de predikant van Bozum, Eelco Alta, een boekje uit waarin hij de ondergang van de wereld voorspelde. Op 8 mei van dat jaar, zo had men berekend, zouden de planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en de maan in conjunctie staan en dus op elkaar botsen. Ds. Alta voorspelde dat dit de ‘ontslooping van het heelal’ tot gevolg zou hebben. Eisinga besloot nu om in zijn woonkamer een kopie te maken van het ‘hemels uurwerk’ om zo aan zijn bang gemaakte tijdgenoten te kunnen laten zien dat de planeten in werkelijkheid volgens vaste wetten in steeds wijdere banen om de zon lopen en dat ze dus helemaal niet kúnnen botsen. Eisinga stond in een lange traditie van lekenwetenschap. Gedurende de hele zeventiende en achttiende eeuw werd er in Friesland aan leken universitair wiskundig onderwijs gegeven, een soort van beroepsonderwijs. In 1598 was aan de Franeker universiteit een eerste hoogleraar wiskunde benoemd – Adriaan Metius (1572-1635) – die niet alleen in het Latijn, maar ook in het Nederlands onderwijs gaf. Zijn studenten zouden later werkzaam zijn als vestingbouwkundigen (vooral in de Tachtigjarige Oorlog), astronomen, zeevaartkundigen en landmeters. Metius was de eerste in een lange rij van dergelijke hoogleraren ‘wiskunde’. Dankzij hen vormde zich langs de rand van de elitaire, Latijnstalige Universiteit in Franeker een groep van ‘idiotae’ – ‘leken in het vak’, die zich voor wiskunde en wiskundige problemen interesseerden. Men noemt hen soms ook wel ‘boerenprofessoren’. Eise Eisinga, een gegoede wolfabrikant uit Dronrijp, was een van hen. Eisinga leefde in de tijd van de Verlichting. De wiskunde kreeg toen een morele lading en een religieuze bijklank. Niet langer zagen burgers als Eisinga namelijk God als een figuur die op ieder moment rechtstreeks in zijn schepping kon ingrijpen, maar als een ‘deus otiosus’ – een schepper in ruste, die ooit met de beste bedoelingen het ‘hemels uurwerk’ in werking had gezet. De natuur kenmerkte zich in hun ogen dus door een mechanische wetmatigheid en deze natuurwetten kon men ontdekken en beschrijven. Deze houding herkennen we bij tal van de ‘boerenprofessoren’ die zich met astronomische problemen of met de bouw van telescopen bezighielden. Het werd een (te) langlopend project. Eisinga voltooide zijn planetarium in 1781, ver na de gevreesde datum van de conjunctie, maar het was zo’n ingenieus werkstuk dat het door vele buitenlanders werd bezocht en geroemd. Uiteindelijk kocht koning Willem I het in 1825 aan voor het rijk, maar in 1859 gaf de koning het weer terug aan de stad Franeker. Tegenwoordig is het een van de belangrijkste toeristische attracties van Friesland. Achteraf maakt dit project een aantal zaken duidelijk; ten eerste hoe wetenschap en maatschappij in de zeventiende en achttiende eeuw in elkaar grepen. In de vroegkapitalistische Friese samenleving zorgde de technologische vindingrijkheid van mensen als Eisinga voor tal van innovaties op het gebied van zeevaart, nijverheid en landbouw en daarmee voor een zekere mate van vooruitgang. Eisinga is, als achttiendeeeuwer, ook erg kenmerkend voor de periode van de Verlichting. Bij hem kwam vertrouwen in de wetenschap in de plaats van een veel meer fatalistische opvatting omtrent het lot van de mensheid. Net als veel van zijn verlichte tijdgenoten probeerde hij dat vertrouwen ook voor een breder publiek uit te dragen.
literatuurH. Nieuwenhuis, Het Eise Eisinga Planeterium
(Franeker 1988).
W.E. Havinga, Wijk en J. F. M. G. d’Aumerie,
Planetariumboek Eise Eisinga, (1928) (digitaal op
www.wumkes.nl).
P.J. van Winter, Hoger beroepsonderwijs avantla-
lettre. Bemoeiingen met de vorming van
landmeters en ingenieurs bij de Nederlandse
universiteiten van de 17e en 18e eeuw (Amsterdam
1988).
vertakkingen
primair onderwijsWat is wetenschap? Wat is een planetarium
Uitvindingen
Sterrenkunde
voortgezet onderwijsRol universiteit in een provincie
De Verlichting (tegenstelling theologie/wetenschap)
Wetenschap in de samenleving
verwijzingen
er op uitPlanetarium Franeker
Volkssterrenwacht Burgum.
Museum Martena Franeker
in de schatkistIn overleg met het Planetarium
toen en nuRuimtereizen
Astronauten
linksSchool tv voortgezet onderwijs